Herinneringen aan DZP door Eduard Josephus Jitta


Kees M.

Waar verhaal! ”Er was eens een zekere Heer, genaamd Kees M., die destijds door Rijken als "el salvador" bij ons op de afdeling werd binnen gehaald. De heer M was altijd zeer nadrukkelijk aanwezig, hetgeen ook aan zijn opvallende uiterlijk lag. Hij was erg groot erg dik en blond dik haar en felblauwe ogen. Misschien herken je hem wel. Hij kwam in de OR en zelfs in de COR! Hij bezocht - althans dat zei hij - vele vergaderingen en bijeenkomsten. Kortom hij was op een gegeven moment nauwelijks op de afdeling aanwezig.

De afdelingsleiding klaagde daar wel eens over, en werd dan vervolgens door de directie terechtgewezen: De heer M. mocht niets in de weg worden gelegd, hij had a.h.w. carte blanche! Het viel de collega"s op dat de Heer M. er altijd zeer gezond en bruinverbrand uitzag. M. gaf op een zekere dag te kennen dat hij weer voor enkele dagen afwezig zou zij i.v.m. met een cursus/vergadering.

Op de een of andere wijze kwam de leiding van de afdeling er toch achter dat er op dat tijdstip helemaal geen vergadering plaats vond! S"vis - die ook in de OR zat (evenals Jitta) was toen zo boos dat hij demonstratief de zaal verliet toe M. binnen kwam. Maar M. kon niets gebeuren en men ging over tot de orde van de dag. Wat deed M. de hele dag als hij zogenaamd op een vergadering was: Hij serveerde bier bij een strandtent in Scheveningen!...............

Enige tijd later viel het de afdeling op dat M. wel erg lang afwezig was. Wat was er gebeurd? M. had met een tegenpartij een deal gesloten dat hij zijn persoonlijke schade onder de aandacht van de tegenassuradeur zou brengen. Dit had kennelijk succes en M. belde de tp op waar zijn percentage bleef. De tp was "not amused" en gaf hem aan bij de directie. Hij werd op staande voet ontslagen en door Van Dorp naar de uitgang begeleid. De voetafdruk van de personeelschef op zijn achterste ontbrak maar net!

Kortom sensatie op de afdeling AS. Wie schets ons alle verbazing toe twee dagen later de Heer M. triomfantelijk op de afdeling verscheen met een dikke portefeuille om met Rijken een "zaak te bespreken". Hij ging van de DZP line recta naar de Royal Assurance in R"dam. Hij kwam over een zaak een schikking treffen namens de Royal Assurance (kan ook Royal Nederland zijn). Hij kende de zaak erg goed want hij was de behandelaar in zijn ZP-tijd en nu had hij een Royal Assurance pet op. Rijken was erg klein en timide.......”

Greetje B.

Waar verhaal!: ”Er was eens een meisje met de naam van Greetje B. waar Jitta een verhouding mee had. Op een gegeven moment zocht Greetje een andere baan en Jitta gaf haar in overweging om bij DZP te solliciteren. Daar namen ze op dat tijdstip elke - ik citeer van Esch - voddejood aan die maar in de buurt kwam. En ja, Greetje werd aangenomen op de afdeling AS bij Dhr. Borst in de groep.

Alles ging wel, maar Jitta voelde zich met de nabije Greetje wat ongemakkelijk en vond het bepaald niet onprettig dat Borst wel wat in haar zag. Op dat moment ging Jitta een periode bij het Waarborgfonds werken en verloor Greetje uit het oog.

Toen Jitta weer terug kwam sprak hij tijdens een overwerk-avond met V.E. Jitta had wel iets bij geruchten vernomen, dus hij vroeg V.E. wat er van waar was. V.E vertelde e.e.a. en werd tijdens het gesprek heel emotioneel en boos! Hij ging tijdens het gesprekje met stemverheffing praten, iets dat bij V.E. toch wel ongebruikelijk was! . Als V.E. er achter kwam wie deze "laffe” daad op zijn geweten had, dan zorgde hij er voor dat deze man er bij DZP uitvloog".

Wat was er nou gebeurd: Borst maakte Greetje het hof en ze gingen tussen de middag geregeld met elkaar wandelen. Een collega zag ze samen in het gras van de paleistuin liggen vrijen en schijnt dit aan vrouw Borst en/of Stolk te hebben doorgegeven. Gezien de emotionele reactie van V.E., moet dit wel waar zijn. Vrouw Borst schijnt zich bij Stolk te hebben beklaagd. Borst werd daarop bij Stolk ontboden en kreeg de uitdrukkelijke waarschuwing dat als dit nog één keer zou voorkomen dan zou hij op staande voet worden ontslagen! Dus tussen Greetje en Borst was het uit met de liefde............



Ook was het bij DZP usance dat als je maar een dossier in je hand had, je a.h.w. alles kon doen wat je wilde. Het was dan ook bepaald niet ongebruikelijk dat tijdens mooi weer er collega"s waren die met een dossier onder de arm - anders dan M. - naar Scheveningen gingen om "gezellig op het strand een kopje koffie te gaan drinken". Kwam je dan een paar uur later terug dan viel het nauwelijks op dat de betreffende collega zo lang afwezig was geweest, a fortiori als hij pontificaal met een dik dossier onder de arm weer achter het bureau plaats nam.



Pillekers (hij spelde zijn naam altijd met "Pil van de dokter, "le", het Franse lidwoord en "kers" uit de Betuwe") liet zelfs zijn kapper op kantoor komen (in de buurt van de postkamer) als hij geknipt moest worden. Jitta zag hem een keer breeduit met een wit laken om op een kappersstoel beneden zitten toen hij daar iets moest ophalen.”


Prinsjesdag

Waar verhaal: ”In the good old days was Prinsjesdag op de derde Dinsdag in September altijd een grote gebeurtenis bij DZP. Er werden voor het gebouw houten tribunes getimmerd en de belangrijkste relaties werden uitgenodigd, er werden luidsprekers geïnstalleerd, en tijdens de troonrede werd er aandachtig geluisterd.

Daarna werden de relaties op duur gebak van de beste traiteurs te Den Haag gefêteerd! Dat gebak werd in zilveren (?) schalen aangeleverd en - demonstratief - in het trappenhuis naast de afdeling AS geplaatst, opdat de serveerders dit makkelijker konden ophalen. Dat gebak - zo gezegd van de beste kwaliteit - stond uitdagend op de glanzende schalen te lonken. Tja, zei Jitta, dat zou ik best wel lusten. Oh ja, zei Bernhard Brouwerens en liep er vervolgens heen en pakte twee taartjes. "Dat zou Jitta wel lusten", sprak Hans Campfens en nam er ook enkele van de schaal.

Hempelmann sprak vervolgens dat Jitta er ongetwijfeld in zou slagen een gebakje zonder een hap te nemen in zijn geheel zou kunnen inslikken. Hij ging vervolgens ook naar de lonkende schalen, nam er enkelen en deed vervolgens voor hoe Jitta dat volgens hem zou doen. Hap slik weg, waren ze.
"Tja", zei Richaers, "Jitta zou misschien eerst de topping aflikken en dan vervolgens de rest verslinden". Hij deed het vervolgens voor hoe Jitta dit als dan zou doen.
Zelfs Borst kon de verleiding niet volstaan en verslond - zonder een woord te zeggen - drie stuks.



Jitta zag het gebeuren met lede ogen en kwijlende mond aan. Doch hij durfde niet. Hij vroeg S"vis, of hij er ook een mocht nemen. S"vis - een recht-door-zee maar wat nukkige man - maakte hem duidelijk dat er nu eenmaal mensen zijn die in de stal mogen schijten en anderen die er niet in mogen kijken. Jitta zou volgens hem in de laatste categorie vallen.

Door al dat geëet en voordoen hoe Jitta dat allemaal gedaan zou hebben ware hij niet zo laf geweest, waren de schalen zo goed als leeg toen de "obers in livrei" de schalen kwamen ophalen. Of de directie - die wel een figuur als modder sloeg - de afdelingsleiding hierover heeft onderhouden, vermeld de historie niet.

Josephus Jitta

Waar verhaal: ”Bij DZP werkte o.a. een zekere Eduard Josephus Jitta, in de DZP mond bekend als "Jitta". Bij DZP waren wij allen een grote familie - zo werd altijd betoogd - wij verdienden geen salaris maar ontvingen zakgeld. (Quint letterlijk: Wij zijn niet gebonden aan de limieten van de CAO).

Zakgeldverhogingen werden maar zelden gegeven. Je moest bijv. je ontslag indienen wilde je er een paar guldens per maand bij krijgen. Vele gewaardeerde collega"s dienden dan ook hun ontslag in en gingen bijv. bij de "Zürich" (vlakbij DZP-kantoor) werken.

Als een collega een mooi pak aan had en vervolgens Rijken verlof vroeg om naar de tandarts te gaan, wist een ieder wel hoe laat het was.



Ten Bruggencate zag er bijv. altijd uit om een cent te geven. Op zekere dag verscheen hij in 3-delig kostuum en liep naar het hok van Rijken. Jitta riep hem toe: "Brug jij moet zeker naar de tandarts". Brug - heel boos - schreeuwde "bemoei je met je eigen zaken!". Toen hij enige uren later weer op de afdeling verscheen zong men luid - op de muziek van "Jelle zal wel zien" - "Hij is terug die goeie Brug".



Men zong ook een lied over collega Lever op de muziek van een aria ("Dein Wachstum sei feste") uit een cantate van Bach (BWV 212): "Wij denken aan Lever en zingen zijn lied van fidel diedel diedel dom etc."

Jitta vertrok naar het Waarborgfonds Motorverkeer. Jitta had enige tijd tevoren een nieuwe auto gekocht en reed daarmee als een vorst door Den Haag. Hij veroorzaakte daarbij in korte tijd drie aanrijdingen - hij had pas zijn rijbewijs - en werd door Loek Hassing (chef afd. auto) uit de verzekering gegooid.

Jitta had na bijna drie jaar bij het Wbf. heimwee naar de toch wel gezellige ZP. Hij kwam dus terug. Hij zou op 1 januari beginnen. Jitta ging bij Kees Koonings in Deventer op bezoek. (hij voelde zich al niet 100% daarom nam hij zijn ziekenfondskaart mee). Hij werd bij Kees prompt ziek en bleef twee weken in bed. Dus hij begon bij DZP al met een ziekmelding. De dag dat Jitta weer bij DZP zou moeten beginnen werd hij door een van links komend motorrijtuig aangereden. Een behoorlijke schade en Jitta kon pas de volgende dag beginnen. Hij kwam in de groep bij S"vis en had gelijk een agent aan de telefoon die hem voor rotte vis begon uit te maken over een zaak die hij niet eens kende: "Schellevis, ik heb agent Hissink aan de lijn die erg boos is". S"vis stond knorrig op en verzuchtte luidkeels: "Daar begint het gezeik opnieuw..." Volgens een rapport van Van der Ree was er ook sprake van waardevermindering aan Jitta"s auto. Rijken was verontwaardigd dat ik die claimde, want mijn auto was al bijna total loss. Van der Ree wist dit. Ik kreeg echter geen waardevermindering.....”



Van Esch

”Bij de DZP was wel altijd iets bijzonders aan de hand. Een van de leidinggevende functionarissen was een zekere J. van Esch. Hij was een zeer kundige schademan en vele collega"s omschreven zijn kennis als "leep". De Heer van Esch was inderdaad zeer kundig en wel eens driftig. Men zei dat als hij sprak er een "padde uit zijn mond kwam". Andere clichés: "De mond van de Heer van Esch is a.h.w. een ezelskakebeen".

Om die mond gaat het verhaal. Van Esch had als handicap dat hij nogal klein van stuk was. Als je hem zag kwam hij over als een nogal ielig mannetje, en hij wist dat helaas maar al te goed. Op een zeker moment had de goede man een kunstgebit nodig. Enkele dagen later zag Jitta hem voor de spiegel bij de garderobe staan alwaar hij zijn nieuw verworven kunstgebit reinigde. Daarbij viel het Jitta en ongetwijfeld vele van zijn collega"s op, dat dat kunstgebit erg groot was. En ja, toen hij het in zijn mond deed was die mond veel groter en als hij sprak of - een zeer enkele keer - lachte glommen zijn grote tanden vervaarlijk. De "padde" en/of het "ezelskakebeen" hadden nu voldoende ruimte om te fungeren!

Persoonlijk mocht ik Van Esch wel, hij spaarde niemand hij ging soms tegen zijn ondergeschikten te keer maar meer nog ging hij tegen zijn superieuren te keer. Jan Overmeire was ronduit bang van hem. Jitta zat een blauwe maandag bij hem in de groep en hij sprak toen met JO. Toen Jitta op stond om weer aan het werk te gaan vroeg JO aan Jitta dat hij maar moest zeggen dat Jitta over de vakantie sprak anders ging Van Esch weer bij hem zeuren en daar had hij nu net geen zin en geen tijd voor! In ieder geval was Van Esch de enige persoon die bewust een te groot kunstgebit nam om er vervaarlijker uit te zien en dus met meer gezag te kunnen optreden!



dicteerapparaat

Waar verhaal: ”Er was eens een dicteerapparaat dat stond op het bureau van een DZP-employee. In feite waren er op diverse afdelingen, velen.
Bij ons op de afdeling autoschaden zat de afdelingschef in een soort glazen kooi en voor die glazen kooi zaten zijn medewerkers in rijen van drie of vier achter elkaar. De chef had een groene stoel met een achterleuning die a.h.w. naar de zitting doorliep.
Het middenkader (bijv. de hoofdcorrespondenten) hadden een eveneens groene- met fluweel beklede, leuningstoel, maar de achterleuning was onderbroken.
De "langoren" zaten op een houten stoel zonder armleuningen. Aangezien er diverse hoofdcorrespondenten waren die last van hun rug hadden en dus prefereerden om op een houten stoel te zitten, terwijl er langoren waren die ter verhoging van hun status op een "middenkader-stoel` zaten, werd deze regel niet al te stringent gehandhaafd.

Het kantoorleven was vrij saai. Af en toe reed er een brandweerauto langs en toen werden van diverse bureaus de dicteerapparaten aangezet om het geluid van de sirene op te nemen. Als dan de afdelingschef een belangrijk persoon ontving of in zijn werkkamer een vergadering moest organiseren, dan schakelden de langoren en zelfs dhr. Borst (middenkader) de dicteerapparaten aan op maximum volume en dan loeiden over de afdeling het geluid van diverse sirenen!
De chef (Overmeire en/of Rijken) sprongen dan met de bezoekers naar het raam en waren zeer verbaasd dat er niets te zien was. Ook de langoren sprongen naar het raam en "keken eveneens verbaasd".

Af en toe kwam ook de directeur en/of de personeelschef wel eens in de glazen kooi om met de afdelingschef iets te bespreken. Wij spraken dan met zijn allen af dat, als zoiets weer zou plaatsvinden, dan zouden wij doen alsof wij druk aan het werk waren. Bernhard B. zette vervolgens in met: "vrienden wij willen .......OPSLAG" en een ieder sprak dan zachtjes maar duidelijk in koor "Opslag, opslag, opslag".Rijken zat dan met rode kop verder te confereren.

Voorts het vermelden waard: In the good old time hadden de telefonen geen nummerregistratie. Dan pleegden wij wel eens toestel 250 (of zo) te bellen en dan nam bijv. Quint de telefoon op en dan hoorde hij slechts het korte woordje "l*l" en werd de hoorn op de haak gegooid. Kinderachtig, maar ook in deze periode met weinig prikkels was het iets dat de dagelijkse sleur onderbrak.

Al met al een van de kleine episoden in het leven van een simpele kantoorman, die toch het vermelden waard zijn.



Iraniër of Irakees?

Waar verhaal: ”Lang geleden toen het begrip "allochtoon" in de spreektaal nog niet bestond en Nederland nog blank was, werkte bij de Zeven Provinciën op de afdeling Auto een Iraniër of Irakees.
Deze meneer had - ook toen al - kennelijk aanpassingsmoeilijkheden hetgeen resulteerde in het feit dat hij uiterst assertief reageerde op op- en/of aanmerkingen.

Toen Nico Bakker met hem een discussie aanging, greep onze allochtoon Bakker bij zijn kraag en trok hem over de tafel. Bakker was bepaald niet klein van stuk zodat je mag aannemen dat onze allochtoon over enige kracht beschikte. Bakker - bepaald niet politiek correct - gaf hem een goede rechtse zodat hij bewusteloos op de grond viel.
Collega van Raamt was zo geschrokken dat hij flauw viel en het letterlijk in zijn broek deed. Een typiste - een epileptica - kreeg daarop prompt een "grand mal".

Al met al weer een sensatie in ons toen zo rustige leventje.”



Jitta der Lebemann.

Gedurende de eerste jaren ten kantore was Jitta nog al actief in de liefde en hij had dan ook vele vriendinnen.

Er was een meisje waarop Jitta erg gesteld was en het meisje – genaamd Mary W. uit H.I. Ambacht – ook op hem. Na kantoortijd en ook in het weekend toog Jitta naar H.I. Ambacht om bij haar en haar ouders te logeren. Na zo een verblijf aldaar ging Jitta ook naar andere vriendinnen die elders in den lande woonden. De adressen van de diverse vriendinnen had Jitta in zijn aktetas.....

Na een leuk weekend belde Mary op met de mededeling dat zij er toch maar van af zag om verder met de verkering te gaan aangezien zij van oordeel was dat Mary en Jitta toch niet bij elkaar pasten.
Tja – dacht Jitta – dat kan gebeuren en het was bepaald niet de eerste keer dat Jitta een blauwtje liep. Vervolgens ging hij over tot de orde van de dag.

De volgende dag was Jitta druk bezig om schades te behandelen toen Schellevis met de hem bekende ernstige blik naar Jitta stapte en hem een kaartje toonde met de naam van Pa W.. Hee, dacht Jitta, kennelijk wilde Pa We. zijn verdriet over de verbroken verkering bespreken.
Dus Jitta stapte – niets vermoedend – naar de glazen spreekkamer op de afdeling Auto waar het een drukte van belang was. Ratelende tikmachines, ijverig schrijvende slippenschrijvers ( computers waren toen volledig onbekend).
Jitta nam plaats in de spreekkamer waar behalve Pa W. ook Ma W. acte de presence gaf. "Jij weet zeker wel wat er gebeurd is?" sprak Pa. "Geen idee" zei Jitta, behalve dat Mary na rijp beraad van oordeel was dat Jitta toch niet de ideale man voor haar was, waarvoor Jitta volledig begrip had........

PATS!! Jitta kreeg een klinkende draai om zijn oren van Pa . Het werd angstig stil op de typekamer van de Auto afdeling. Je kon een speld horen vallen...
Pats!! Er volgde een tweede draai om Jitta`s oren.

Jitta – bepaald geen held – stotterde angstig "la..la...ten wij daar to...to....toch even over pra...pra...ten. "Ik ga naar de directeur" bulderde Pa. En stond op. Jitta hobbelde angstig achter Pa W. aan. Ku.. ku...nnen wij daar niet e..e..ven over pra..pra..ten?

Gelukkig liep het voor Jitta toch nog goed af. Hij werd "s-avonds bij de fam. W. thuis ontboden.

Wat was er nu gebeurd. Mary had een suikerhart voor Jitta gebakken en wilde dit als een verrassing en blijk van liefde aan Jitta meegeven. Zij deed dit in zijn aktetas, en vond toen de brieven van de andere meisjes..........

Kortom: het werd weer eens rumoerig om de figuur Jitta. Gelukkig wist hij een en ander te pareren door te verklaren dat zich het hier om een boze tegenpartij handelde.
Tja......

Disclaimer: copyright op alle foto's en afbeeldingen op deze pagina liggen bij de rechtmatige eigenaren !