Receptie en telefonie

Taak

Al vroeg in de historie van DZP was er een telefooncentrale geïnstalleerd; voor zover bekend stond de eerste centrale, in de Javastraat 1A; deze centrale was voorzien van drie lijnen. Daarnaast waren er nog enkele aparte toestellen met buitenlijn, onder andere bij de afdeling Buitenland. De telefooncentrale was in handen van mevrouw Paddy van Oosterhout.
Het gebruikte telefoonnummer was: 11.57.13 (zie: briefhoofd 6 mrt 1944).

De afdeling telefonie bevond zich eerst aan de voorzijde van het gebouw met uitzicht op het oude stadhuis. Voor de telefoniste een fraai uitzicht, temeer daar zij regelmatig kon kijken naar echtparen die in het huwelijk traden.
Later werd de telefooncentrale verhuisd en werd samen met de afdelingen Ponsplaatjes en Expeditie in één grote kamer op de begane grond aan de achterzijde van de Javastraat gehuisvest met uitzicht op de mooie tuin. Doordat de telefooncentrale was afgeschut van de rest van de kamer, was het daar in de winter behoorlijk koud. Een tweetal elektrische kacheltjes zorgden dat het toch nog enigszins behaaglijk werd.
De telefooncentrale groeide uit naar 7 lijnen en verzorgde alle gebouwen waarin de diverse DZP-afdelingen een plekje gevonden hadden.
Het bedrijf kon toen bereikt worden onder nummer: 18.35.30 (zie: briefhoofd okt 1949).

Op 5 november 1951 werd een nieuwe telefooncentrale in gebruik genomen met een capactiteit van 10 lijnen.
Het nieuwe telefoonnummer werd: 18.43.70 (zie telefooncentrale 5 nov 1951).

Enkele jaren later, in 1955, kreeg Paddy er een collega bij, namelijk mevrouw Beatrix “Trix” de Smit.

Na de verhuizing naar het Lange Voorhout, kreeg de afdeling telefonie een kamer op de begane grond aan de lichthof met uitzicht op de Brandafdeling die aan de andere kant van de lichthof was gevestigd en zaten alle telefonistes in een ruimte. In de kelder stond de telefooncetrale, een UB-40, opgesteld met enkele tientallen buitenlijnen.
Het nieuwe telefoonnummer werd: 61.47.11(zie briefhoofd nov 1960).

De afdeling Telefonie bestond in 1971 uit vier dames, de leiding was nog steeds in handen van Mevr. E.P. de Bruijn-van Oosterhout (inmiddels getrouwd), die met haar heldere en prettige telefoonstem de klanten te woord stond. Zij en haar medewerksters kenden bijna iedereen in het bedrijf en vaak kenden ze alle telefoonnummers uit het hoofd. Zij gaven er allen sterk de voorkeur aan om gevraagd te worden: “Wilt u mij doorverbinden met de heer X”, in plaats van het kille: “Mag ik toestel xyz van U?”.

De service aan de bellers stond zo hoog in het vaandel dat lange tijd het doorkiessysteem is tegengehouden; medewerkers konden immers van afdeling verhuisd zijn of een ander toestel gekregen hebben of de gebelde kon afwezig zijn en dan wist de telefoniste altijd wel een vervanger op te zoeken.

De eisen die aan telefonistes gesteld werden, omvatten, naast een beschaafde stem, onder meer:
  • Beheersing van de Nederlandse taal.
  • Kennis van Frans, Duits en Engels om te kunnen begrijpen wie men spreken wilde, dan wel dat men kon vertellen dat de betreffende medewerker niet aanwezig was.
  • Grote aardrijkskundige kennis, om personen te kunnen doorverbinden met de juiste groep op een afdeling.
  • Geduld en tact.
  • Flinke portie humor om ongeduldige, boze, teleurgestelde, lastige en vervelende gesprekspartners zo te woord te staan, dat ze het gevoel krijgen: “men vindt mij belangrijk”.
  • Uitgebreide kennis van het bedrijf.


Leiding

De eerste telefoniste in de Javastraat was mevrouw L. Versee; zij werd op 28 maart 1948 opgevolgd door Mevrouw E.P. ‘Paddy’ de Bruijn-van Oosterhout.

Historische foto's


Dames E.P. de Bruijn en B. de Smit